Dierenwelzijn

Wilde dieren maken van oorsprong geen onderdeel uit van het circus. Ze zijn pas veel later toegevoegd aan het circusrepertoire. Zo zijn roofdieren pas rond 1910 in circussen geïntroduceerd. In die tijd was het welzijn van dieren nog geen onderwerp waar men veel aandacht aan besteedde. Sindsdien is de maatschappelijke kijk op de omgang met dieren onder invloed van wetenschappelijke kennis en voortschrijdend inzicht echter sterk veranderd. We weten nu dat dieren angst, pijn en stress kunnen ondervinden en daaronder kunnen lijden. Ook komen we steeds meer te weten over emoties en het gevoelsleven van dieren. Een voorbeeld daarvan is dat olifanten kunnen lijden aan psychologische flashbacks en waarschijnlijk een equivalent ervaren van posttraumatische stressstoornis1.

Onder invloed van deze nieuwe kennis is ook onze omgang met dieren veranderd. Zo hebben we het ganstrekken afgeschaft, zijn de meeste mensen tegen de walvisjacht en wordt de hond of kat steeds meer als volwaardig familielid gezien.
Toch is het opsluiten van wilde dieren in circussen voor ons vermaak nog altijd toegestaan in Nederland. Het wordt vaak verdedigd met het argument dat de dieren goed worden verzorgd en goed te eten en drinken krijgen. Maar om het welzijn van dieren te waarborgen is veel meer nodig dan dat.
Hier zetten wij enkele fundamentele knelpunten voor het welzijn van wilde dieren in circussen op een rijtje:

- Huisvesting

- Transport

- Gedragsstoornissen

- Training

- Kunstjes

- Korte carrière

- Regelgeving


1 Prof. Marc Bekoff, "The Emotional Lives of Animals: a Leading Scientist Explores Animal Joy, Sorrow and Empathy - and Why They Matter", New World Library, 2008